De nieuwe cijfers van de opgevangen dieren in de asielen voor het jaar 2010 zijn bekend. Ook voor het jaar 2010 werden er in de dierenasielen minder honden gedood, iets wat wij enkel kunnen toejuichen. Er werd een kleine verhoging van het plaatsen van katten vastgesteld. ook het aantal zwerfkatten is iets naar beneden gedaald. Maar er zijn nog steeds teveel zwerfkatten. Er moet dus dringend een maatregel komen om ook bij de katten dit aantal naar beneden te krijgen. Momenteel word er gewerkt aan een plan om alle katten te voorzien van een chip en deze katten ook verplicht te laten onvruchtbaar te maken.
Wie de kosten hiervoor zal dragen is nog een groot vraagteken.


De nieuwe cijfers van de opgevangen dieren in de asielen voor het jaar 2008 zijn bekend. Daaruit blijkt dat de dierenasielen minder moesten overgaan tot het euthanaseren van dieren, iets wat wij enkel kunnen toejuichen. Dit komt ook doordat er meer honden binnenkwamen in een asiel die voorzien waren van de verplichte chip, zodat de eigenaars hun dier terug konden krijgen.

Tot nu toe hadden we er het raden naar hoeveel honden en katten er zijn in ons land. Dankzij het Huishoudbudgetonderzoek van het NIS kennen we het antwoord: in 2000 hadden de Belgische huishoudens zowat 1,1 miljoen honden en 1,7 miljoen katten.

Eén op vier huishoudens heeft een hond en één op vier een kat. Belgen houden 10,4 honden en 16,3 katten per 100 inwoners. Dat is meer dan Nederlanders, Duitsers en Britten. Hoe hoger het inkomen van het huishouden, hoe groter de kans dat men een hond of kat heeft, maar huishoudens met lage inkomens bezitten vaker véél honden. Ook oudere alleenstaanden bezitten vaker een hond.

Walen houden meer honden en katten dan Vlamingen en Brusselaars; ze geven ook een stuk meer uit aan dierenvoeding. Uit cijfers van de Gezondheidsenquête blijkt tenslotte nog dat ieder jaar ongeveer 93.000 Belgen gebeten worden door een hond.

Honden en katten in België (2000)
  België Brussel Vlaanderen Wallonië
Aantal honden 1.064.000 58.000 570.000 436.000
Aantal katten 1.675.000 166.000 883.000 634.000
Aantal honden per 100 inwoners 10,4 6,0 9,6 13,0
Aantal katten per 100 inwoners 16,3 17,3 14,8 19,0
Honden per huishouden met hond 1,12 1,22 1,11 1,13
Katten per huishouden met kat 1,68 1,73 1,74 1,60
Gemiddelde jaarlijkse uitgaven aan dierenvoeding per huishouden (in euro) 100,7 79,9 81,4 141,4
Percentage van de bevolking dat tijdens het afgelopen jaar gebeten werd door een hond (a) 0,9% 0,5% 1,0% 0,9%

(a) Gezondheidsenquête 2001.
Bron (verplichte vermelding):: FOD Economie - NIS (Huishoudbudgetonderzoek) en Wetenschappelijk Instituut Volksgezondheid (Gezondheidsenquête).

Hoeveel honden en katten zijn er ?

22 op 100 Belgische huishoudens hebben minstens één hond; 23 op 100 minstens één kat. Er zijn meer huishoudens met meerdere katten dan er huishoudens zijn met meerdere honden; daarom ligt het totale aantal katten (1.675.000) een flink stuk hoger dan het aantal honden (1.064.000). De cijfers zijn gebaseerd op de antwoorden in het Huishoudbudgetonderzoek van het NIS, waarin sedert 2000 gevraagd wordt naar het aantal honden en katten dat men bezit.

Het reële aantal honden en katten in ons land ligt nog hoger want viervoeters die in dierenasielen (in 2001 gaat het om 38.169 honden en 27.839 katten), dierenpensions en dierenwinkels verblijven zijn niet meegerekend. Daarnaast is er ook nog een onbekend aantal zwerfhonden en zwerfkatten.

In de drie gewesten zijn er telkens meer katten dan honden, maar het verschil is het grootst in Brussel waar er bijna driemaal zoveel katten als honden zijn. Een huishouden dat een hond in huis heeft, bezit er gemiddeld 1,12. Voor katten is dat 1,68.

Mogelijk zijn ook de cijfers uit het Huishoudbudgetonderzoek een onderschatting van het werkelijke aantal. Misschien zijn er mensen die niet graag toegeven dat ze een heleboel honden of katten bezitten. Eigenaars die hun hond(en) niet hebben laten registreren bij de Belgische Vereniging voor Identificatie en Registratie van Honden, zullen wellicht minder geneigd te vermelden hoeveel honden ze hebben (ten onrechte, want de gegevens worden alleen voor statistische doeleinden gebruikt).

Die registratie is verplicht sedert 1 september 1998 voor alle honden die na die datum geboren worden of van eigenaar veranderen. In 2000 werden 107.417 honden geregistreerd, in 2001 111.108 en een jaar later nog eens 126.353.

Walen hebben vaker honden dan Vlamingen

Honden zijn populairder in Wallonië dan in Vlaanderen en Brussel. Wallonië telt 13 honden per 100 inwoners, Vlaanderen 10 en Brussel 6. Walen bezitten verhoudingsgewijs ook meer katten. Per 100 inwoners telt Wallonië 19 katten. In Brussel zijn dat er 17, in Vlaanderen 15.

In Wallonië geeft men ook meer uit aan dierenvoeding dan in de rest van het land. Een gemiddeld Waals gezin gaf in 2000 141 euro uit, tegen 81 euro in Vlaanderen en 80 euro in Brussel. Het gaat hier wel om het voer voor alle huisdieren.

Huishoudens met hoge inkomens hebben vaker honden of katten dan huishoudens met lage inkomens, maar huishoudens met lage inkomens bezitten vaker véél honden (4 of meer). Echtparen (al dan niet met kinderen) houden vaker een hond of een kat dan alleenstaanden, maar de andere gezinsvormen (samenwonenden en éénoudergezinnen) hebben nóg vaker een viervoeter als huisdier.

Bij alleenstaanden is het bezit van een hond sterker gerelateerd aan de leeftijd dan het bezit van een kat. Hoe ouder, hoe groter de kans dat men een hond heeft. Bij katten is die correlatie onbestaand.

In sommige landen (Nederland, Verenigd Koninkrijk) spreekt men over een daling van het aantal honden. Die zou veroorzaakt worden door het stijgende aantal alleenwonenden en werkenden, die er tegenop zien om een hond in huis te halen. Katten zijn onafhankelijker en behoeven minder zorg dan honden. De verhouding van het aantal katten ten opzichte van het aantal honden stijgt dan ook naarmate de graad van verstedelijking toeneemt.

Hond Bijt Man

In de Gezondheidsenquête 2001 van het Wetenschappelijk Instituut Volksgezondheid werd gevraagd of de respondent tijdens de afgelopen 12 maanden door een hond werd gebeten. Evenveel mannen als vrouwen (bijna 1 op 100, of 0,9% van de bevolking) rapporteerde dat dat het geval was. Omgerekend komt dit neer op zowat 93.000 personen per jaar. Honden hebben het dus niet alleen op postbodes gemunt.

Dat men in landelijk gebied een groter risico loopt (+22%) om door een hond gebeten te worden, lijkt logisch. Maar waarom 45- tot 54-jarigen een derde (+33%) en 35- tot 44-jarigen twee derde (+67%) vaker gebeten worden dan gemiddeld is minder duidelijk. Een mogelijke verklaring is dat ze een actiever leven leiden (wandelen bijvoorbeeld is zeker een risicofactor, net zoals joggen) en vaker zelf een hond hebben (eveneens een risicofactor) waardoor ze zich vaker aan gevaar blootstellen.

In Brussel (0,5%) worden maar half zoveel mensen gebeten als in Vlaanderen (1,0%) en Wallonië (0,9%). Het hoofdstedelijk gewest telt minder honden en vermoedelijk zijn de dieren het er ook meer gewoon om mensen tegen te komen. Toch is 6 honden per 100 inwoners voor een (groot)stad geen laag cijfer; het ligt zelfs hoger dan het cijfer voor gans Duitsland.

Meer viervoeters in België dan in onze buurlanden

De indruk die buitenlanders van ons land hebben, namelijk dat we een land zijn met veel honden (en veel hondenpoep), lijkt bevestigd te worden door de cijfers die we verzameld hebben in enkele buurlanden. Ons land telt meer honden dan de buurlanden. Waar er bij ons 10,4 per honderd inwoners zijn, telt Nederland er 9,4, het Verenigd Koninkrijk 10,2 en Duitsland 5,7. Voor Frankrijk hebben we jammer genoeg geen cijfers.

Een van de verklaringen voor het grote aantal honden in België is wellicht dat ons land veel alleenstaande woningen telt waarvan er vele op het platteland gelegen zijn. Gezinnen bouwen een vrijstaand huis met een grote tuin in een rustieke omgeving en nemen vervolgens een of meerdere honden om het huis te bewaken.

België telt ook veel katten. Belgen hebben er 16,3 per honderd inwoners, Nederlanders 14,4, Britten 12,5 en Duitsers 8,4.

Honden en katten in Europa (2000)
  België Nederland Verenigd Koninkrijk Duitsland
Aantal honden 1.064.000 1.500.000 6.100.000 4.700.000
Aantal katten 1.675.000 2.300.000 7.500.000 6.900.000
Aantal honden per 100 inwoners 10,4 9,4 10,2 5,7
Aantal katten per 100 inwoners 16,3 14,4 12,5 8,4
Katten / honden 1,57 1,53 1,23 1,47

Bron (verplichte vermelding)[] :: FOD Economie - NIS, Dibevo, Statistics UK, Pet Food Manufacturers' Association en Industrieverbandes Heimtierbedarf.


07-07-04

Rudy Demotte lanceerde de informatiecampagne over de identificatie en registratie van honden. Dankzij de verplichte identificatie en registratie zullen verloren of in de steek gelaten dieren gemakkelijker terug bij hun baasje gebracht kunnen worden. Zo vermijdt men dat de dieren riskeren de dood door euthanasie te vinden in een asiel.

In bijlage vindt u de statistieken over het aantal dieren die in de asielen worden opgevangen. De gegevens voor deze statistieken werden in 78 dierenasielen verzameld.

Vooral honden en katten worden slachtoffer van verwaarlozing. In 2003 werden er aldus 36.645 honden en 26.986 katten in een asiel opgevangen, een verhoging met 200 in vergelijking met 2002.

32 % van de verloren honden konden vorig jaar dankzij hun identificatieteken aan hun eigenaar teruggeven worden. Dat is een verbetering van 3 % ten opzichte van het voorgaande jaar. Dat bewijst ook het nut van de databank met de gegevens van honden en hun eigenaars.

Tegelijkertijd stelt men een lichte daling van euthanasie vast (met 2 %). Toch werden nog 18% van de in een asiel geplaatste honden uiteindelijk gedood. Eén op twee verloren of verlaten honden vond een nieuwe baas.

De verhouding is minder gunstig voor de katten: 42,5 % werd geplaatst, maar 48 % moest gedood worden. Het feit dat de katten niet verplicht geïdentificeerd worden, is een verklaring voor het lage percentage (slechts 3 %) terugkeer naar huis. De kattenpopulatie beperken via sterilisatie is bijgevolg aangewezen om nodeloos dierenleed te vermijden. Daarom zal binnenkort dan ook een sensibiliseringscampagne voor de sterilisatie van de katten gelanceerd worden.

Uit een recente peiling door de Werkgroep “Refuges – Asielen” van de Raad voor Dierenwelzijn blijkt dat 42 % van de honden die in de asielen worden opgevangen, geïdentificeerd zijn.

Hoewel het wettelijke verplicht is, zijn er vandaag nog teveel honden die nog niet uitgerust zijn met een elektronische chip of met een identificatiemerk.

Voor honden die vóór 1998 zijn geboren, is identificatie niet verplicht. De gegevensbank met de identificaties werd immers pas in dat jaar gestart. Toch is ook voor deze dieren de identificatie aanbevolen.

De vandaag gestarte informatiecampagne heeft als doel alle hondeneigenaars en –fokkers eraan te herinneren dat identificatie van honden via chip of tatoeage verplicht is.

Binnenkort wordt op Europees niveau ook het nieuwe paspoort voor honden, katten en fretten van kracht. Dit paspoort wordt verplicht om in Europa met deze dieren te reizen. In ons land zal dit document tevens het vaccinatieboekje kunnen vervangen. Zo worden de gezondheidsgegevens meteen verbonden aan de identificatie. In ons land hebben alle honden die sinds 7 juni 2004 geïdentificeerd worden ook meteen hun paspoort. Dit paspoort wordt afgeleverd door de identificeerder (dierenarts of tatoeëerder).

In tegenstelling tot eerdere berichten, zal het paspoort voor het reizen met dieren pas vanaf 1 oktober 2004 verplicht worden en niet vanaf 3 juli ek.


Cijfers dierenasielen 2001: meer geslaagde plaatsingen, minder euthanasie.

Dierenasielen zijn het voorbije jaar minder tot euthanasie moeten overgaan. Vooral voor honden werd vaak een oplossing gevonden. 8 op de tien binnengebrachte honden konden terug naar hun baasjes, of vonden een nieuwe familie. Katten zijn minder gelukkig. Ondanks een vermindering van euthanasie en een stijging van het aantal plaatsingen, vindt nog steeds minder dan de helft van de binnengebrachte poezen een (nieuw) onderkomen. Minister Tavernier, belast met dierenwelzijn, wil dierenleed en euthanasie verder terugdringen. Daartoe overweegt hij de invoering van een ‘elektronisch asiel’. Dit zou dieren de omweg via het asiel moeten besparen.

Naar jaarlijkse gewoonte publiceert het Ministerie de statistieken over het aantal dieren dat vorig jaar in Belgische dierenasielen is opgevangen. Dankzij de inspanningen van de veterinaire diensten van het ministerie maakten dit jaar liefst 83 dierenasielen hun cijfergegevens bekend. Vorig jaar waren dat er nog maar 64. Ook de erkenningsplicht van asielen sinds 1997 werpt zijn vruchten af. Zo hebben we nu een duidelijke kijk op de reële situatie in de Belgische asielen.Uit de cijfers blijkt een vermindering van euthanasie – de laatste oplossing indien plaatsing faalt - en een verbetering van het plaatsingspercentage (zie gedetailleerde cijfers in bijlage). De verbetering is ten dele te wijten aan de verplichte registratie van honden die in 1998 werd ingevoerd en nu duidelijk vruchten afwerpt. Minister Tavernier is blij met het groeiend aantal sterilisatiecampagnes voor zwerfkatten op gemeentelijk niveau, waardoor minder katten worden opgenomen in de asielen.

Minister Tavernier is blij met de dalende trend, maar wil niet bij de pakken blijven zitten. Hij overweegt de invoering van ‘elektronisch asiel’ om het aantal dieren in asiel verder te doen dalen.
De groei van het internet biedt hier nieuwe mogelijkheden. Vandaag reeds plaatsen mensen die een huisdier kwijt willen allerlei zoekertjes op het net. De huidige wetgeving verbiedt dit. Het internet is een zeer moeilijk te controleren medium en gewiekste zakenlui aarzelen niet om misbruik te maken van de dierenliefde van de burger om hun eigen belangen te dienen.
Daarom heeft minister Tavernier de administratie gevraagd uit te zoeken of het niet mogelijk zou zijn dat er een vorm van elektronisch asiel zou kunnen komen. Daar zouden mensen, onder controle van een bestaand asiel en mits een minimale redelijke vergoeding voor de onkosten, dieren ter adoptie kunnen aanbieden op het net. Op die manier kunnen dieren zo lang mogelijk in een voor hen vertrouwde situatie blijven, wat minder stress oplevert. Asielen zouden dan vooral de functie van noodopvang en opvang van weggelopen of in beslag genomen dieren kunnen waarnemen, 
wat de kwaliteit ten goede zou komen.

Hieronder, de meer gedetailleerde gegevens voor het jaar 2001.

Honden
In de Belgische asielen werden vorig jaar 38.169 honden opgevangen waarvan 21.325 zwerfhonden. 10.283 (26.9%) honden werden teruggegeven aan de eigenaar; 7.352 (19.2%) moest men laten inslapen; 549 (1.4%) stierven een natuurlijke dood en 20.184 (52.8%) werden geplaatst.

Wanneer we de cijfers van 2001 herleiden om een correcte vergelijking te maken met de statistieken uit 2000, komen we tot volgende vaststellingen:

  1. Er werden 9,3 % minder honden opgevangen;
  2. Het aantal honden dat een spuitje kreeg daalde met 12,2%;
  3. Het aantal honden dat kon worden teruggegeven aan de eigenaar bleef stabiel op ca. 26%.

Katten
Vorig jaar werden 27.839 katten opgevangen, waarvan 14.649 zwerfkatten. Slechts 715 (2.5%) katten konden worden teruggegeven aan hun eigenaar; 12.303 (44.2%) kregen een spuitje; 2.170 (7.8%) stierven een natuurlijke dood; en 11.751 (42.2%) werden geplaatst.

Wanneer de statistieken van 2001 (herleid naar de 64 asielen) vergeleken worden met de cijfergegevens van 2000, stellen we het volgende vast:

  1. Er werden 8,3 % minder katten opgevangen;
  2. Het aantal katten dat een spuitje kreeg, daalde met 19,5 %;
  3. Het aantal katten dat kon worden teruggegeven aan de eigenaar bleef stabiel op ca. 3 %.

 

DIERENASIELEN - STATISTIEKEN 2001

 

1. aantal dieren opgevangen in 2001:

HONDEN

KATTEN

andere soorten

38.169
waarvan zwerfhonden: 21.325

27.839
waarvan zwerfkatten: 14.649

TOTAAL: 7.152

 

 

2.bestemming gegeven aan de dieren:

HONDEN

KATTEN

andere soorten

teruggegeven aan de eigenaar

10.283

715

69

gedood

7.352

12.303

587

natuurlijke dood

549

2.170

2.487

geplaatst

20.184

11.751

3.393

 

3. bestemming gegeven aan de dieren (resultaten in percenten):

HONDEN

KATTEN

andere soorten

teruggegeven aan de eigenaar

26,9 %
(25,7%)

2,5 %
(2,9%)

1 %
(1,6%)

gedood

19,2 %
(22%)

44,2 %
(48,2%)

8,2 %
(28,1%)

natuurlijke dood

1,4 %
(0,7%)

7,8 %
(5,2%)

34,7 %
(70,7%)

geplaatst

52,8 %
(50,6%)

42,2 %
(39,9%)

47,4 %
(16,9%)

Free counter and web stats